Rondleiding

Op 9 augustus 1918 plaatste de Leeuwarder Courant een artikel waarin een rondleiding door het Engelse Kamp werd beschreven. Het artikel is hieronder te lezen. [Bron artikel: Delpher.nl]

Het is nu zoo ver, dat we de Engelsche krijgsgevangenen, die te Leeuwarden gehuisvest zullen worden, weldra kunnen verwachten. Ze hadden al hier kunnen zijn, als hun komst niet ware vertraagd, doordat Duitschland vóór de uitwisseling zekerheid aangaande het lot zijner in China krijgsgevangen zonen verlangt, zoo luiden de mededeelingen. Maar de oplossing van die moeilijkheid moet zeer nabij zijn, zoodat waarschijnlijk binnen 14 dagen de eerste 300 Engelschen hun tijdelijk toevluchtsoord aan den Marssumerstraatweg zullen binnentrekken. De overigen wil men geleidelijk laten volgen. Gelijk bekend is, is voor eenigen tijd de gemeente ’s-Gravenhage al begonnen met aan Engelsche krijgsgevangenen huisvesting te verleenen. Toen zij meende, het bij die eene daad te moeten laten, viel bij toeval de aandacht op Leeuwarden voor het onder dak brengen van een tweede groep, waarbij rekening is gehouden met de omstandigheid, dat de Engelschen eerste liefhebbers van sport zijn en Friesland den nieuwen gasten ruimschoots de gelegenheid biedt, aan die liefhebberij hun hart op te halen.

Er wordt voorlopig op de komst van 1500 man gerekend. Natuurlijk eischt de goede verzorging van zooveel menschen –en Engeland wenscht, dat zijn soldaten het goed hebben- een degelijke en nauwgezette voorbereiding, opdat de huisvesting, en wat daarmee annex is, straks zoo goed mogelijk zal kunnen zijn en blijven. Die taak heeft ook te Leeuwarden de Naamlooze Vennootschap “Nationaal Grondbezit” te ’s-Gravenhage op zich genomen. Zij verbond zich daartoe, door tusschenkomst van onze regering, met het Engelsche gouvernement, dat dus in dat opzicht haar lastgeefster is en de kosten van deze huisvesting c.a. in alle onderdeelen van zijne rekening neemt, gelijk de Duitsche regeering dat doet voor de huisvesting en verdere verzorging van de Duitsche krijgsgevangenen hier te lande.

Een deel van het publiek, dat de werkzaamheden op het land aan de Marssumer straatweg niet met onverdeeld genoegen aanziet, wijl een vergelijking met de barakken van onze eigen soldaten zelfs met de woningen van onze minst bevoorrechte burgerbevolking, niet ten voordeele van laatstgenoemde uitvalt, waarbij de meening schijnt te hebben voorgezeten, dat onze overheid beter zorgde voor “vreemd” dan voor “eigen”, verkeert dus ten dien opzichte in dwaling. “Al dit mooie” gaat buiten onze rijks- en gemeentefinanciën om.

En niet onaardig is het inderdaad, wat “Nationaal Grondbezit” daar ten zuiden van de oude harddraversbaan, in het gezicht van de Oldehove en het westerplantsoen eenerzijds, van het ruime veld met in het geboomte verscholen hoeven en huizen en een drukken verkeersweg aan de andere kanten, heeft tot stand gebracht. Het gebouwencomplex, dat het gebruik bestemd is, om weer afgebroken te worden, waarmee de gemeente Leeuwarden het beschikkingsrecht over den grond verkrijgt, dien zij onlangs reeds van genoemde Naamlooze Vennootschap aankocht, maakt een prettigen indruk. Door de rangschikking der onderdeelen, toon en teekening, den perkjesaanleg en de overige bloemversiering is men er in geslaagd, van dit zeer tijdelijke in het tijdelijke iets te maken, dat den Engelschen krijgsman op vreemden bodem bij het gemis van zijn “sweet home” als een welkomstgroet moet zijn.

Gistermorgen werden wij in de gelegenheid gesteld, de nu zoo goed als voltooide barakken te bezichtigen, waarbij de heer M. Van Westerborg, vertegenwoordiger te Leeuwarden van de N.V. “Nationaal Grondbezit” en administrateur van de huisvesting –hij heeft geruimen tijd in Engeland gewoond- ons rond leidde. Het geheel is in “vakwerkbouw” uitgevoerd (van binnen hoofdzakelijk hout en voornamelijk wat de keuken en het bijbehoorende betreft, gedeeltelijk beton, van buiten cement) en het bevat ruimte voor huisvesting van 1680 man. De indeeling komt overeen met die van de Haagsche kazerne. Zij bestaat in zes slaaploodsen, recreatie- of theaterzaal met buffet, eetzaal, keuken, badhuis, kantoorlokaal en hospitaal. Een en ander is electrisch verlicht. Het lag in de bedoeling, alles centraal te verwarmen, maar tengevolge van het gebrek aan materiaal moest dit tot keuken, badhuis en eetzaal beperkt blijven.

EKamp11Het barakkencomplex aan de Harlingerstraatweg, met links de tramremise.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDENGLSTB001]

Een bezichtiging van deze “Engelsche buurt” is, zoowel aan den binnen- als aan den buitenkant, een aangename tijspasseering; immers, zij is een geheel nieuw en belangrijk evenement in onze Leeuwarder wereld. We deelen nu in bizonderheden mee, wat we zelf heel vluchtig –dat moet wel- gezien hebben.

Voor aan den weg, ter weerszijden van den toegang tot het terrein, staan twee portiershuisjes, tevens als versiering bedoeld, aan welke bedoeling zij zeer goed beantwoorden. De voorste hoofdgebouwen zijn rechts het hospitaal en links het kantoorlokaal. Het eerstgenoemde is bestemd ter opneming van zeer licht ongestelden en bestaat uit een dokterskamer, wachtkamer, twee ziekenzalen elk voor 16 patiënten, badkamer, verpleegsterskamertje misschien en een ruimte voor nog onbekende doeleinden. Het kantoorgebouw is ingericht voor den heer Van Westenborg en zijn 3 à 4 assistenten. Het bevat voor hem bovendien een zitkamer, een slaapvertrek en een badkamertje. Mogelijk zal de rest van de ruimte hier ter beschikking van enkele Engelsche officieren worden gesteld. Beide gebouwen hebben een met bloemen versierde veranda en achter een tuintje. Het lijkt er wel gezellig, ook voor hen, die lichtelijk ongesteld zijn.

Ekamp2Ingang van het kamp met de twee hoofdgebouwen en portierhuisjes. In de verte de Oldehove.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDHARLSWA045]

En nu de loodsen voor de slaapgelegenheid, zooals we reeds medegedeeld hebben, 6 in getal. Elke kamer bestaat uit vier afdeelingen, en in elke afdeeling staan 70 bedden. Deze zijn gedeeltelijk afgeschut, zoodat de Engelsche krijgsmakkers elkaar, als ze niet rechtop in hun bed gaan staan, niet kunnen zien. Heel anders dus dan in een Nederlandsche soldatenkazerne.

EKamp20Slaapzaal. Foto uit de tijd dat het gebruikt werd door de Practische Hulp.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDMOLENSB011]

Er waren trouwens meer verschillen op te merken, illustreerende de bijzondere zorg van de Engelsche overheid voor hen, die het land met de wapenen dienen, naar ons werd meegedeeld. De kamers of loodsen zien er keurig net en gerieflijk uit (zelfs een stoel voor elk bed) zijn goed geventileerd, en tevens van tochtflatten voorzien. Er is een afzonderlijke ruimte voor een kachel en een apart, geheel afgesloten slaapvertrek voor den kamercommandant. Bij elke slaaploods behooren een waschgelegenheid, 8 W.C.’s en 4 urinoirs. De verwisseling der tonnen kan van buiten geschieden.

Ekamp5In het kamp, kijkende naar de uitgang. [Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDHARLSWA052]

Tot zoover zijn we in dit verslag van de volgorde, door onzen geleider genomen, afgeweken. Voor het overige willen we ons daaraan houden en gaan dan, geheel aan de achterzijde der gebouwen, eerst het badhuis bekijken. Dat ziet er weer goed uit. Het is ingericht voor 30 douches en 4 andere baden, alles comme il fuat. De opzichter heeft zijn kantoortje. Er zal scherp toezicht worden gehouden, dat er geen water wordt vermorst, want bij het gebruik van te veel water en licht wordt het kamp terstond afgesloten.

EKamp8De barakken, met in de verte de schoorsteen achterin het kamp.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDHARLSWA052]

Een paar stappen en we zijn in de keuken. Zij heeft de brandstoffen in een afzonderlijk hok in haar onmiddelijk berek en is van een enorme lichtkap voorzien. De stoom, die de spijzen gaar moet maken, wordt door een flinken ketel geleverd. Deze voert tevens het warme water voor het badhuis aan. Ook vindt men in dezelfde afdeeling het toestel voor de centrale verwarming. Het reservoir voor het koude water wordt, zoodra het leeg is, automatisch gevuld.

EKamp9De keuken. [Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDENGLSTA001]

De kookkeuken heeft plaats voor 12 ketels, maar voorlopig denkt men het bij 9 te laten. Voor de gevallen, dat slechts weinig water benoodigd is, worden drie afzonderlijke potten (1 van 200 L. En 2 van elk 300 L.) in gebruik genomen.

De andere onderdeelen van het keukengebouw zijn: de spoelplaats voor de gereedschappen (twee groote bakken); de groenteschoonmaak, voorzien van twee aardappelschilmachines, een spoelbak voor aardappelen, een waschbak voor de groenten, een boormachine voor het zuiveren van kool, een snippermachine voor het versnipperen van worteltjes, een koolsnijmachine; de afdeeling voor vleeschbereiding, bevattende o.m. twee bakken voor het weeken van vleesch (onder de tegenwoordige omstandigheden zal het hier niet druk loopen, want de Engelsche krijgsgevangenen krijgen precies hetzelfde rantsoen als de Nederlandsche burger, merkte onze geleider op); de eetzaal voor het keukenpersoneel (mannen en vrouwen afzonderlijk); een badcel voor het mannelijk en een voor het vrouwelijk personeel (de koks nemen elken morgen een bad) en andere niet te missen geriefelijkheden; een kantoortje voor den keukenchef; het magazijn, waar de levensmiddelen worden opgeslagen, o.a. voorzien van twee loketten voor het doorgeven van vleesch, groenten; een koelzaal; een kamertje, waar de chef-kok zich na zijn inspannenden arbeid aan het dolce far niente kan overgeven, een naar het ons voorkwam vrij somber vertrekje.

Achter de keuken het opdien-lokaal en daarnaast de bordenwasscherij.

Ook in het achtergedeelte der gebouwen maakt alles den indruk van goede zorg en degelijkheid. En hoe prettig loopt het op de effen betonnen vloeren! Het geheelde keukenpersoneel bestaat en moet bestaan, zoo werd ons gezegd, uit Nederlanders.

Aan de bordenwasscherij grenst een lokaal, waar de krijgsgevangenen op een paar fornuizen een versnapering buiten het rantsoen om kunnen toebereiden, hun scheerwater warm maken en wat dies meer zij.

Uit de opdienzaal komen wij in de eetzaal, een ruim veld, waar plaats is voor 2000 man. Het is er licht en helder. De zaal, die een oppervlakte heeft van 66X24 m2., tegen 44X24 m2. Elk van de andere gebouwen, is direct met het magazijn verbonden, waaruit boter, jam en brood kunnen worden toegereikt, een maatregel, in het belang eener goede contrôle genomen.

Langs een doorloop, waar de privaten en wat daarbij behoort, zijn aangebracht, bereiken wij uit de eetzaal de recreatie- of theaterzaal, met een vrij groot tooneel en 1500 zitplaatsen. Deze ruimte belooft den krijgsgevangenen menig uurtje van aangename verpoozing. De tafeltjes en stoelen, van wilgen teenen vervaardigd, zijn uit Noordwolde (Trio) afkomstig. De zaal wordt door kachels verwarmd, waarbij de pijpen onderling verbonden zijn, opdat de warmte zich beter zal verspreiden. Er zijn drie brandkranen en een nooduitgang.

Dit, wat de barakken van binnen betreft. Er was voor den bouw een ontzaglijke hoeveelheid hout noodig, dat allemaal door de firma Overmeer te Leeuwarden kon worden geleverd.

Ekamp7Ingang naar de eetzaal. [Bron: FDHARSLWA051]

De buitenkant kan –het is reeds met een enkel woord gezegd- ook bezien lijden. Tusschen de gebouwen door zijn straten van blauwe estrikken, met een paar planken aan elken kant voor de wielen der karren, aangelegd. Tusschen de paden en de gebouwen is de grond omgespit voor groenteverbouw. Men wil ook op deze manier het leven der krijgsgevangenen zooveel mogelijk veraangenamen, waarbij op de hulp en medewerking van de Young men’s Christian Association in alle opzichten valt te rekenen.

EKamp14De achterzijde van het complex, met van voor naar achter: badzaal, machinekamer, keuken.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDMOLENSB008]

De barakken zijn afgedekt met mastiek en grint. Het dak beslaat een uitgestrekte oppervlakte, vanwaar men een mooi gezicht heeft over de landerijen. Het is echter niet sterk genoeg, om er nog ander nuttig gebruik van te maken, waartoe het als het ware uitlokt.

EKamp10Het dak van de badinrichting. In de achtergrond de Oldehove.
[Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDENGELSTB002]

Achter de barakken staan noodwoningen voor den magazijnmeester en den boekhouder-menagemeester, beiden Belgen. De woningen bevatten keuken, zit- en slaapkamer. Het magazijn voor de barakken daartusschen bergt een groote hoeveelheid linnen, matrassen en wollen dekens, alles Nederlandsch fabrikaat. Deze voorraad is eenige maanden geleden reeds aangeschaft. Aan de achterzijde van laatstgenoemde bijgebouwen, waaronder ook een woning voor den monteur van den ketel en een kolenbergplaats, een tamelijk groote tuin ten dienste van de beide Belgische beambten en den vertegenwoordiger van de N.V. “Nationaal Grondbezit”.

EKamp13Achterzijde complex, met links de kleine noodwoningen voor de magazijnmeester en de boekhouder-menagemeester. [Bron: Historisch Centrum Leeuwarden, FDMOLENSB007]

En daarmee hebben we in kort bestek het vermeldenswaardige van deze tijdelijke Engelsche verblijfplaats medegedeeld. De officieele opening volgt later, in tegenwoordigheid van den Engelschen gezant en de Leeuwarder autoriteiten.